VerkochtWork / Werk 2013

Ludwig Wittgenstein 1889-1951

  • Frame early 1900,  size 90 x 106 cm
    Lijst begin 1900 afmeting 90 x 106 cm


flag-engWittgenstein was an Anglo-Austrian philosopher. He was one of the most influential philosophers of the 20th century, even though he wasn’t loved by many of his peers. He contributed greatly to linguistic philosophy, and the foundations of logic. In the Netherlands, his points of view were introduced by writer W.F. Hermans, who translated the “Tractatus Logico-Philosophicus”, written in 1921.

Wittgenstein himself said “my book consists of two parts; the part I wrote and the part I didn’t write. The latter is the most important one”.

This appeals to me, because I recognise it. When you meet someone, everything you see is visible, and everything you don’t see, is tangible. Both are of similar importance, and both determine the image the observer has of the object that is being observed. The same is true for my paintings. My paintings consist of a visible part, and a tangible part. My portraits are not images frozen in time; they show a world, with depths, layers and movements. I re-interpret every new day. That is the part that I didn’t paint. That which we see, is only a fraction of the big picture. Together with what we don’t see, it forms humankind in all its shapes and sizes. I consider each piece to be three-dimensional and alive.

In my portrait of Wittgenstein, I reproduced the world of logic: his eyes are recognisable as eyes, but they have not been portrayed in a logical way, which means that what isn’t there, is actually being portrayed. We perceive them as eyes perceiving us.

In this piece, I tried to show surrealism, cubism and realism, as a turning kaleidoscope, moving the shapes into crystals and spaces, where gravity is a relative concept. For me, that is what the world of Wittgenstein represents: the alphabet where the letters are left unsaid, and are given meaning through our communication.


Wittgenstein Quotes:
Citaten van Wittgenstein:

  • The real question of life after death isn’t whether or not it exists, but even if it does what problem this really solves.
  • Whereof one cannot speak, thereof one must be silent.
  • Nothing is so difficult as not deceiving oneself.
  • Don’t for heaven’s sake, be afraid of talking nonsense! But you must pay attention to your nonsense.
  • I am sitting with a philosopher in the garden; he says again and again ‘I know that that’s a tree’, pointing to a tree that is near us. Someone else arrives and hears this, and I tell him: ‘This fellow isn’t insane. We are only doing philosophy.
  • The problems are solved, not by giving new information, but by arranging what we have known since long.
  • The limits of my language are the limits of my mind. All I know is what I have words for.
  • What can be shown, cannot be said.
  • Hegel seems to me to be always wanting to say that things which look different are really the same. Whereas my interest is in showing that things which look the same are really different. I was thinking of using as a motto for my book a quotation from King Lear: ‘I’ll teach you differences’.
  • Philosophers are often like little children, who first scribble random lines on a piece of paper with their pencils, and now ask an adult ‘What is that?’


flag-nlWittgenstein was een Oostenrijks-Britse filosoof. Hij was een van de belangrijkste filosofen van de 20ste eeuw, al hadden veel filosofen moeite met hem. Hij heeft veel bijgedragen aan de taalfilosofie en aan de grondvesten van de logica. In Nederland werd het denken van Wittgenstein geïntroduceerd door de schrijver W.F. Hermans die de Tractatus logico-philosophicus uit 1921 vertaalde.

Wittgenstein zegt zelf  “Mijn boek bestaat uit twee delen, het deel dat ik geschreven heb en het deel dat ik niet geschreven heb. Het laatste deel is juist het belangrijkste”.

Dit spreekt me aan omdat ik dit herken. Bij de ontmoeting van iemand is alles wat je ziet zichtbaar aanwezig en alles wat je niet ziet is voelbaar aanwezig. Beiden zijn even belangrijk en bepalend voor het beeld dat de kijker vormt. Dat geldt ook voor mijn schilderijen. Mijn schilderijen bestaan uit een deel dat zichtbaar aanwezig is en uit een deel dat voelbaar aanwezig is. Mijn portretten zijn geen bevroren afbeeldingen: het is een wereld met diepte, gelaagdheid en beweging. Iedere dag interpreteer ik deze wereld opnieuw en dat is datgene wat ik niet geschilderd heb. Dat wat wij zien is maar een fractie van het geheel en vormt samen met wat wij niet zien de mens in al zijn gedaanten. Voor mij is een werk driedimensionaal en levend.

Bij mijn portret van Wittgenstein heb ik de wereld van de logica in beeld gebracht: zijn ogen herken je als ogen,  ze zijn niet logisch weergegeven waarmee wat er niet is toch in beeld gebracht wordt. Wij nemen ze waar als ogen die ons waarnemen.
In dit werk heb ik surrealisme, kubisme en realisme weergegeven als een caleidoscoop waar je aan draait, waar de vorm beweegt tot kristallen en ruimte en waar de zwaartekracht relatief is. Dat is voor mij de wereld van Wittgenstein: het alfabet waar de letters onuitgesproken woorden vormen en daardoor betekenis krijgen in onze communicatie.